Correct gebruik
De bestuurder moet de stoel zo ver mogelijk naar achteren plaatsen, zodat er voldoende ruimte is voor de airbag om zijn beschermende rol volledig te vervullen na een onbedoelde uitzetting. De bestuurder mag niet voorover leunen om de auto te besturen, en de zithouding moet correct en dicht bij de rugleuning zijn, en de veiligheidsgordel moet worden vastgemaakt. Kinderen jonger dan 12 jaar moeten op de achterbank van de auto zitten en de veiligheidsgordel vastmaken. Kinderen die niet meer dan 18 kg wegen, moeten op de achterbank worden geplaatst die is uitgerust met een kinderzitje en de veiligheidsgordel vastmaken.
Voorzorgsmaatregelen
Over het algemeen hebben airbags een geldigheidsduur van 8-10 jaar. Tijdens het dagelijks rijden, zolang het airbag-indicatorlampje of het storingslampje op het dashboard niet brandt, bewijst dit dat de airbag in normale werkende staat is. Maar dit betekent niet dat dit voldoende is. We moeten ook op de volgende punten letten tijdens het gebruik: